Samen dingen slimmer maken met Sensemakers

23 juli 2020

Sensoren die stropers in Afrika dwarsbomen, slimme prullenbakken die zelf meten hoe vol ze zijn en zo nodig een vuilniswagen ‘bestellen’ en zelfs hommels voorzien van sensoren die de luchtkwaliteit meten: dankzij internet of things (IoT)-technologie kan vrijwel alles ‘slimmer’ worden gemaakt. Sensemakers organiseert elke maand meet-ups rondom dit onderwerp met het doel om mensen en ideeën samen te brengen.

Het begon allemaal in 2011 met een groepje mensen dat vond dat iedereen zelf z’n eigen hardware zou moeten kunnen maken. Want, zo zegt Manon den Dunnen van Sensemakers, als je mensen leert hoe je dingen kan maken, kunnen ze zelf hun eigen oplossingen creëren. ‘Sommige ouderen hebben moeite met het open- en dichtdoen van gordijnen. Het kost een vermogen om technologie te kopen die de gordijnen elektrisch kan laten bewegen, maar het is helemaal niet moeilijk en duur om zelf te maken.’ Bijkomend voordeel: als je het zelf kan maken, kan je het ook zelf repareren.’

Wereldwijde community
Dat groepje mensen groeide uit tot een wereldwijde community met inmiddels ruim zevenduizend leden. Samen met Ted van der Togt en Gijs Mos organiseert Manon voor deze community maandelijks meet-ups over IoT-gerelateerde onderwerpen. En dat kan eigenlijk praktisch alles zijn, zegt ze. ‘Het gaat om het slimmer maken van dingen. Op Schiphol zorgen slimme kantoren voor een grote verlaging van de onderhoudskosten en een betere benutting van de vergaderruimtes. Op Marineterrein Amsterdam liggen sensoren in de Binnenhaven die de waterkwaliteit meten en je kunt zelfs hommels uitrusten met sensoren om na te gaan hoe de luchtkwaliteit ervoor staat.’ 

Manon aan het woord tijdens een van de meet-ups van Sensemakers

Ideeën uitwisselen
Meten is weten en door dingen slimmer te maken kan data worden verzameld waarmee problemen aangepakt kunnen worden. Manon is daarom altijd op zoek naar onderwerpen voor de meet-ups van Sensemakers die interessant zijn voor de community en waar mogelijkheden liggen. ‘Met de meet-ups krijgen mensen de kans zichzelf te ontwikkelen en ze zijn vooral bedoeld om ideeën uit te wisselen. Zet mensen met verschillende achtergronden en specialismen bij elkaar en er kunnen mooie dingen gebeuren.’ 

Gratis openbaar netwerk
Een van die mooie dingen vond plaats op Marineterrein Amsterdam. ‘Iemand van een grote telecomprovider kwam vertellen over een nieuw netwerk waarmee IoT-objecten makkelijk en snel data kunnen verzamelen en uitwisselen. Aan het eind van die presentatie stond iemand op die het gek vond dat er betaald moest worden voor die technologie terwijl deze gewoon open source beschikbaar is. Dit idee kreeg bijval, er werden contacten gelegd en dat leidde tot een gratis en openbaar LoRa-netwerk*, The Things Network. Deze kennis werd weer gedeeld en nu wordt het overal ter wereld gebruikt. Maar Amsterdam was de eerste plek met complete dekking.’ 

Jungletech in de stad
Een ander mooi voorbeeld van het samen dingen slimmer maken zijn slimme geluidssensoren voor op de Nieuwmarkt in Amsterdam. ‘Geluidsoverlast is in deze stadsjungle een groot probleem en om dat op te lossen werd technologie uit de echte jungle gebruikt’, zegt Manon. ‘Een kleine start-up, Sensing Clues, ontwikkelde sensoren die de bron van een geluid kunnen herkennen. Zo kun je bijvoorbeeld de stropersvoertuigen herkennen, of kunnen dorpen  ruim drie uur van tevoren gewaarschuwd worden dat er olifanten onderweg zijn richting hun gewassen. De ombudsman wilde deze sensoren inzetten om het geluid op de Nieuwmarkt in kaart te brengen. Komt de meeste overlast van scooters, toeterende taxi’s of dronken toeristen?’ Op basis van dit soort informatie kan de gemeente gerichte maatregelen nemen.

Testen op het Marineterrein
Een goed idee, maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger. De hardware werd te heet door de slimme software waarop de meetapparatuur draait. ‘En daar komen wij kijken’, lacht Manon. ‘We zijn de samenwerking met ombudsman, Waag en Sensing Clues aangegaan met als voorwaarde dat het bij ons DIY-lab in de OBA gebeurde en dat iedereen die het interessant vond, kon meedoen. Zo gezegd, zo gedaan, en met hulp van de Sensemakers-community wordt waarschijnlijk aan het eind van deze zomer op het Marineterrein getest met een eerste versie.’ 

Een hommel voorzien van een sensor. Beeld: Vikram Iyer, Paul G. Allen School of Computer Science & Engineering, University of Washington.

Nauwe samenwerking
Zo biedt Sensemakers een platform voor iedereen die graag wil leren over IoT of wil meewerken aan oplossingen voor (stedelijke) vraagstukken. Daarvoor zijn ze afhankelijk van vrijwilligers en donateurs. ‘Het is eigenlijk allemaal hobby. Niemand krijgt betaald, iedereen doet mee omdat ze het leuk vinden en zichzelf willen ontwikkelen. Daarom is het geweldig dat zowel de OBA als Marineterrein Amsterdam ruimtes beschikbaar stellen waar wij kunnen samenkomen. SURFsara faciliteert de backend voor onze citizenscienceprojecten en IN2TECH en Oblivion hebben net nieuwe starterkits gedoneerd waarmee iedereen aan de slag kan in ons DIY-lab. Onze kracht is dat we een levendige community hebben en omdat we een informele organisatie zijn, kunnen we snel dingen oppakken en ermee aan het werk. Daarin ondersteunen de OBA en het Marineterrein als facilitator ons doel: het samenbrengen van mensen en ideeën om tot nieuwe oplossingen voor de slimme stad te komen.’ 

Ook een meet-up van Sensemakers bijwonen? Klik hier voor meer info.

* Long Range Low Power is een technologie waarmee je kleine pakketjes data uitwisselt tussen objecten en systemen. Het stroomverbruik is laag en het bereik groot.