Adaptieve gebiedsontwikkeling

Analyze this

De organische gebiedsontwikkeling van Marineterrein Amsterdam is een van de onderwerpen van het omvangrijke R-LINK onderzoek.

Analyze this

De organische gebiedsontwikkeling van Marineterrein Amsterdam is een van de onderwerpen van het omvangrijke R-LINK onderzoek.

  • In het kort

    Het R-LINK-project is een vijfjarig onderzoek door verschillende kennisinstellingen, gemeenten en maatschappelijke organisaties. R-LINK onderzoekt hoe verschillende vormen van gebiedsontwikkeling kunnen bijdragen aan het oplossen van urgente maatschappelijke vraagstukken. Het doel is om voorwaarden af te leiden die helpen bij het creëren van duurzame, vitale en inclusieve stedelijke gebieden. De organische gebiedsontwikkeling van het Marineterrein behoort tot een van de casussen.

     

     

  • Feiten

    Promotieonderzoek

    Promovenda Lilian van Karnenbeek volgt in opdracht van het R-LINK-project nauwgezet de ontwikkeling van het Marineterrein. Zo kijkt zij kritisch naar de manier waarop organische gebiedsontwikkeling in het beleid wordt neergezet en hoe dat uiteindelijk in de praktijk uitpakt. Ook onderzoekt zij de relatie tussen organische gebiedsontwikkelingen en strategische planning, ofwel de korte versus de lange termijn en flexibiliteit versus rechtszekerheid. In haar onderzoek vergelijkt ze de casus van het Marineterrein ook met andere binnen- en buitenlandse voorbeelden, zoals Oosterwold in Almere en Carré de Soie in Lyon, Frankrijk*.

    *Oosterwold en Carré de Soie zijn, net zoals het Marineterrein, voorbeelden van organische gebiedsontwikkeling. Maar er zijn ook grote verschillen. Zo wordt het Marineterrein sterk gestuurd door de overheid, Oosterwold wordt voor een deel vormgegeven door burgers en de markt stuurt de ontwikkeling in Carré de Soie. Het idee is om aan het eind van het proefschrift een vergelijking tussen deze drie casussen te maken.

    Publicaties

    Het promotieonderzoek van Lilian van Karnenbeek is gestart in 2016 en duurt tot 2020. Eind 2017 heeft zij samen met professor Leonie Janssen-Jansen een artikel gepubliceerd met een eerste analyse van het organische ontwikkelingsproces van Marineterrein Amsterdam. Het Engelstalige paper beschrijft hoe de verschillende actoren geconditioneerd worden door regels gedurende het proces van organische gebiedsontwikkeling. In het kader van het R-LINK-onderzoek is in 2017 ook een interview gepubliceerd met Liesbeth Jansen, directeur van Bureau Marineterrein Amsterdam.

  • Info

    Onderzoek naar omgevingscontract

    Post-doc onderzoeker Menno van der Veen onderzoekt de vraag of specifieke afspraken met de omgeving (bewoners, organisaties en bedrijven) bijdragen aan breder draagvlak en meer betrokkenheid. Daartoe interviewen hij en afstudeerder Bibi Witvliet in zomer en begin herfst van 2018 bewoners en andere betrokkenen. Uitgangspunt daarbij vormen de tien zogeheten ‘participatienormen’ die binnen het R-LINK onderzoek zijn ontwikkeld en die de basis vormen van de analyse. De uitkomst van het onderzoek is een voorstel voor een omgevingscontract en een advies aan Bureau Marineterrein Amsterdam en de gemeente Amsterdam op welke punten zij participatie kunnen verbeteren (en waar het al goed gaat).

    Professor Leonie Janssen-Jansen

    Het R-LINK-project werd geleid door professor Leonie Janssen-Jansen. Zij is op 11 april 2018 overleden. Sinds 1 juni 2015 was zij hoogleraar Landgebruiksplanning aan Wageningen University & Research. Leonie keek met een scherpe blik naar de ontwikkelingen in haar vakgebied en stelde kritische vragen over decentralisatie, deregulering en dat de overheid op het gebied van planning steeds meer verantwoordelijkheden uit handen geeft. Het werk van professor Leonie Janssen-Jansen vormde de basis voor het R-LINK-project, waarvoor zij zich tot het allerlaatste moment hartstochtelijk heeft ingezet. Het projectmanagement en de leiding zijn overgenomen door Wendy Tan van Wageningen University & Research en Melika Levelt van de Hogeschool van Amsterdam.

Playing by the rules?

  • Het gedachtegoed van traditionele stedelijke gebiedsontwikkeling wordt vaak bekritiseerd als statisch en ouderwets. Het denkbeeld dat stedelijke gebieden adaptief en incrementeel (afgestemd op de behoeften en stap voor stap) ontwikkeld moeten worden, heeft de laatste jaren dan ook aan populariteit gewonnen onder planologen, politici en beleidsmakers. In dit artikel stellen Lilian van Karnenbeek en Leonie Janssen-Jansen dat bestaande stedelijke ontwikkelingen al adaptief en incrementeel zijn. Vanwege deze bestaande flexibiliteit in stedelijke gebiedsontwikkeling wordt in dit paper beargumenteerd dat het van belang is om de zogenoemde ‘rules of the game’ te begrijpen. Deze spelregels bepalen het gedrag  van actoren in de processen alsmede de uitkomsten van stedelijke gebiedsontwikkeling. De aanname is dat deze ‘rules of the game’ continu veranderen bij flexibele vormen van gebiedsontwikkeling, de spelregels groeien als het ware organisch mee. In het artikel wordt beargumenteerd dat het begrijpen van deze ‘rules of the game’ daarom van wetenschappelijk en maatschappelijk belang is. Van Karnenbeek en Janssen-Jansen presenteren in het artikel een analytisch model dat in staat is om veranderingen in de ‘rules of the game’ op een systematische manier te begrijpen. Het incrementele proces van het Marineterrein Amsterdam wordt als casus toegepast om de waarde van dit analytische model aan te tonen.

    Dit is een samenvatting van het artikel ‘Playing by the Rules’ , het volledige artikel (Engels) kun je hier lezen.