Hoe klinkt het Marineterrein?

10 August 2021

Geluidsoverlast is een groot probleem in de stad. Maar om het aan te pakken moet je eerst weten wat dat geluid precies veroorzaakt. Op  Marineterrein Amsterdam wordt nu getest met een sensor die geluiden kan classificeren en zo de bron kan aanwijzen. En dat met technologie die in de jungle is ontstaan om stropers te stoppen. 

Het begon allemaal met een geweerschot in de jungle van Laos, gevolgd door het geluid van een wegvarend bootje. Het deed Jan Kees Schakel van Sensing Clues beseffen dat het voor stropers een koud kunstje is om onder dekking van de nacht weg te komen met een ‘buit’. Maar hij realiseerde zich ook dat juist het geluid dat de stropers produceren de manier is om ze tegen te houden.

Geluidssensor
‘Mensen zijn luidruchtige wezens’, zegt Jan Kees. ‘Eigenlijk elk geluid dat we maken – praten, het besturen van een voertuig en zeker geweerschoten – draagt ver en kan dus goed door een sensor worden opgepikt. Een groot voordeel ten opzichte van camera’s, die beperkt zijn door wat hun lens kan “zien”. Een geluidssensor kan natuurbeschermers helpen bij het in kaart brengen van wat en waar er op welk moment gebeurt. Want als er midden in de nacht in de jungle stemmen te horen zijn, kan je er redelijk zeker van zijn dat er iets niet pluis is.’ 

Complex
Dat klinkt goed, maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Tot zo’n vijf jaar geleden was alleen het aantal decibel van een geluid waarneembaar, maar kon het geluid niet worden geclassificeerd. In andere woorden: een sensor kon wel aangeven dat er ergens een hard geluid werd geproduceerd, maar niet of dit afkomstig was van een dichtslaande autodeur of een olifant. ‘En het is ontzettend moeilijk om dat onderscheid te kunnen maken’, vertelt Jan Kees. ‘Je hebt een enorme database van geluiden nodig die dan voor een complex algoritme als referentiekader dienen om geluiden te kunnen classificeren.’  

Jan Kees Schakel

Praktische uitdagingen
‘Maar sinds 2016 heeft kunstmatige intelligentie en machine learning een enorme vlucht genomen’, gaat hij verder. ‘De technologie wordt steeds beter en we kunnen inmiddels met een algoritme meerdere geluiden herkennen. Maar het blijft belangrijk om een grote database van geluiden te hebben en er zijn ook praktische uitdagingen. Er moet stroom zijn, een goede internetverbinding en de hardware om de sensor heen moet tegen een stootje kunnen en bestand zijn tegen de elementen. Om alles optimaal werkend te krijgen moeten we nog veel testen.’  

Testlocatie: stadsjungle
Aangezien geluidssensoren testen in de jungle duur en ingewikkeld is, zocht Jan Kees het dichter bij huis. In de stadsjungle om precies te zijn. Sinds kort hangt er op het Marineterrein een geluidssensor die stadsgeluiden en geluidsoverlast in kaart brengt. Jan Kees sloeg hiervoor de handen ineen met Sensemakers AMS, een oude bekende en al jaren actief op het Marineterrein met het meten en duiden van bijvoorbeeld de waterkwaliteit in de binnenhaven. Met de gebundelde kennis ontwikkelden ze een testopstelling die de komende tijd inzichtelijk maakt hoe het Marineterrein klinkt, en in hoeverre er sprake is van overlast. 

Algoritmes trainen
‘We kunnen met dit project een schat aan ervaring opdoen voor het trainen van onze algoritmes’, zegt Jan Kees. ‘Dat is nuttig voor natuurbeschermers, want in de jungle zoeken we naar dezelfde soort geluiden als hier. Stemmen, gelach, geluid van automotoren en dichtslaande portieren. Maar met wat we hier nu doen, kunnen we ook overlast in de stad aanpakken. Geluidsoverlast kan bij bewoners zorgen voor minder woonplezier en zelfs stress veroorzaken. Maar vaak is het voor mensen lastig om te zeggen waar ze precies last van hebben. Door stadsgeluiden te classificeren, kunnen we precies de tijd en bron van verschillende geluiden aanwijzen en op basis daarvan het probleem gericht aanpakken.’  

Alarmerende geluiden
Het gaat daarbij volgens Jan Kees vooral om indringende, harde geluiden. ‘Overvliegende vliegtuigen of trams hoor je als bewoner vaak al niet meer, je went eraan. Maar plotselinge, harde geluiden triggeren ons. Het zit nog diep in onze cognitie om gealarmeerd te raken bij zulke geluiden, als reactie op mogelijk gevaar. Denk aan optrekkende scooters en alarmen, maar ook fietsbellen. Met het classificeren van dit soort geluiden kunnen we precies aanwijzen waar de overlast vandaan komt. Belangrijk daarbij is dat we dit doen met behoud van privacy. Het geluid wordt op de sensor verwerkt en niet bewaard. Alleen de geluidslabels, zoals ‘brommer’ of ‘scooteralarm’, worden opgeslagen. Er blijven dus alleen labels over, en geen geluid.’ 

Jungletech ook voor leefbare stad
Met de kennis die met deze test op het Marineterrein wordt opgedaan, kan deze technologie in de toekomst op grotere schaal in de stad worden ingezet. Op pleinen, in uitgaansgebieden en zelfs bij individuele café’s, om bezoekers bewust te maken van de mogelijke overlast die ze veroorzaken. Zo hoopt Jan Kees met zijn ‘jungletechnologie’ bij te kunnen dragen aan een leefbare stad. ‘Maar natuurlijk willen we uiteindelijk de lessen die we hier leren weer terugbrengen naar de jungle. Dat zal nog wat doorontwikkeling vergen: in de bush zijn er geen stopcontacten en wifi, dus daar moeten we nog goede en goedkope oplossingen voor vinden. Het belangrijkst is dat de technologie betaalbaar blijft voor natuurbeschermers, zodat zij stropers altijd een stap voor kunnen blijven.’

Sensing Clues is een stichting zonder winstoogmerk en voor een groot deel afhankelijk van vrijwilligers. Je kan de strijd van Jan Kees tegen stropers steunen door een donatie te doen. Heb je de kennis en vaardigheden in huis om bij te dragen aan dit project? Neem dan contact op met Sensemakers AMS. Met name elektronicaengineers en mensen die graag aan de slag willen met data-analyse en -visualisatie zijn erg welkom.

Tekst: Sjoerd Ponstein