Historische ‘hagelbui’ zet archeologiewerkplaats in de kijker

27 January 2021

De beweging van de stad gevangen in een hagelbui van historische objecten. Ontwerper Willem van Zoetendaal en fotograaf Harold Strak tonen met hun nieuwe werk het voorheen verborgen verhaal van de stad en geven de Amsterdamse geschiedenis terug aan haar bewoners.

Tot voor kort ging de werkplaats Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam in gebouw 027S schuil achter een gevel van grijze golfplaten. Nu heeft de gesloten façade plaatsgemaakt voor een open raampartij en kunnen bezoekers van Marineterrein Amsterdam kennismaken met de historische objecten die het verhaal van Amsterdam vertellen én met de archeologen die ermee werken. 

Zicht op Amsterdamse historie
‘De werkplaats is als een unieke brocante waar je niks kan kopen maar wel uitgebreid kan kijken naar historische objecten en je er door specialisten van alles over kan laten vertellen’, vertelt Willem van Zoetendaal. ‘Stadsarcheoloog Jerzy Gawronski kwam met het idee de archeologische vondsten ook zichtbaar in het nieuwe raam te verwerken.’

Spul
Van Zoetendaal en Gawronski werkten eerder al samen aan het boek Spul, waarin duizenden objecten die tijdens de aanleg van de Noord/Zuidlijn zijn opgegraven samen het verhaal van Amsterdam vertellen. Dit boek staat aan de basis van verschillende presentaties waaronder de enorme verzameling vondsten die vanaf de roltrappen van metrostation Rokin te bewonderen is. Ook het werk op het Marineterrein is geïnspireerd door Spul.

Hagelstenen
‘Vanaf het moment dat de opgravingen begonnen, was het alsof er een hagelbui van vondsten op ons neerdaalde’, zegt Van Zoetendaal. ‘Als ontwerper zie ik het als mijn taak om de historische sporen te ordenen en te rangschikken terwijl tegelijkertijd de magie en schoonheid van de door de tijd aangetaste voorwerpen behouden blijft. Voor dit werk, De hagelbui, is gekozen voor ronde en ovale voorwerpen die als hagelstenen een geordend tableau vormen.’ 

Zichtbare geschiedenis
De Hagelbui is afgebeeld op  panelen achter het raam van de werkplaats. Overdag staan de panelen vaak open en kunnen mensen naar binnen kijken en de archeologen aan het werk zien. ‘Omdat de panelen open kunnen, wordt archeologie veel toegankelijker gemaakt’, aldus Van Zoetendaal. ‘We willen de nieuwsgierigheid prikkelen, de geschiedenis zichtbaar maken en als het ware teruggeven aan de bewoners van de stad.’ 

Denkbeeldige tijdreis
Datzelfde gebeurt als de panelen gesloten zijn. ‘Een VOC-munt, een knoop van een marine-uniform, een golfbal of een plastic kraal, De hagelbui toont het verleden van ‘gisteren’ en van eeuwen terug. Door de herkenbaarheid en de sporen van menselijk gebruik van de vondsten word je uitgenodigd om je fantasie te gebruiken en terug te gaan in de tijd.’ 

Blik in de toekomst
Maar, zoals de gevleugelde uitspraak van Jerzy Gawronski luidt: ‘Archeologie gaat niet om het verleden maar om de toekomst.’ De geschiedenis moet ook aanzetten tot vooruitkijken. Van Zoetendaal: ‘De Hagelbui gaat over “gewone” dingen zoals een fietsbel en een tandwiel, afval van stadsbewoners dat op een of andere manier in de bodem is beland. Dit geeft te denken over hoe wij nu en in de toekomst met ons afval omgaan.’

‘Daarnaast,’ gaat Van Zoetendaal verder, ‘is het een herinnering aan het feit dat de stad altijd in beweging is. Misschien gaat het gebouw van de werkplaats als onderdeel van de ontwikkeling van het Marineterrein in de toekomst wel tegen de vlakte. Dan wordt De hagelbui een onderdeel van de afvalstromen waaruit het is opgebouwd. En, wie weet, zal het in de toekomst zelf een archeologische vondst worden.’ 

Tekst en fotografie: Sjoerd Ponstein