Column: de toekomstbestendige stad

5 december 2018

Precies vijf jaar geleden besloot Defensie een gedeelte van het Marineterrein vrij te geven, en sloegen Rijk en gemeente de handen ineen om het terrein gezamenlijk te ontwikkelen. Een gedurfde samenwerking die uitging van een geleidelijke organische ontwikkeling. Niet een eindbeeld was daarbij leidend maar een ambitie.

Die ambities zijn meegegeven in de bestuursovereenkomst die op 5 december 2013 door de betrokken partijen werd ondertekend. Daarom werken we nu met alle organisaties op het terrein, aan oplossingen voor mobiliteit, kennisoverdracht, gezondheid en water-issues. Want: verkeer kan minder en efficiënter, leren is een leven lang nodig, bewegen en eten staan onder druk en schoon water en wateropslag worden steeds belangrijker. Het uiteindelijk resultaat moet een bijdrage zijn aan de toekomstbestendige stad.

De werkmethode van het Marineterrein is bedenken, testen en toepassen. Je kunt reageren op een vraagstuk met een slim idee, daarna kijken of het werkt en als dat het geval is de oplossing opschalen en verspreiden.Zo wordt het Marineterrein een stedelijk laboratorium.

Wat gebeurt allemaal op het Marineterrein? Denk aan slimme manieren om distributie van pakketjes te verbeteren, het innovatief testen van water en luchtkwaliteit, leren zonder vooropleiding, waterberging op daken, hoogwaardige productie op locatie in minimale series, nieuwe vormen van verblijf en wonen, en nog veel meer. Er is een enorme vraag in de stad naar ruimtes waar op enige schaal nieuwe ideeën over de genoemde thema’s kan worden getest en getoond. Dat kan hier. Daarbij is het prettig dat hier niet alle regels gelden zoals elders in de stad.

Wie zich kan aanpassen en durft te vertragen is in het voordeel bij grillige ontwikkelingen. Het inspelen op verandering is een kwaliteit die we in de toekomst steeds meer nodig zullen hebben. Het bedenken, testen en toepassen is een methode die daar goed bij past en ook nadrukkelijk de ruimte geeft aan “niet doen” of “anders doen”.

Voor de politiek is dat lastig. De politieke agenda gaat nog vaak uit van grootschalige opgaven, en “niet doen” of “anders doen” is dan meestal niet wat je tijdens de uitvoering wilt horen. Toch ligt daar een belangrijke uitdaging om minder in betonnen resultaten te spreken en meer nadruk te leggen op verbetering van systemen, of die nou maatschappelijk of economisch zijn.

We beseffen heel goed dat het Marineterrein een gouden locatie is: 13 hectare min of meer vrije ruimte op een steenworp afstand van het Centraal Station. Juist daarom moet de lat hoog liggen. “Waarom makkelijk als het moeilijk kan” hoor ik mijn mededirecteur Thijs Meijer vaak zeggen, en hij meent het.
Onze droom is dat het Marineterrein een plek wordt waar slimme oplossingen worden gevonden voor steeds andere stedelijke veranderingen. Het vermogen om daar goed op te reageren geeft mensen vertrouwen, kracht en daarmee zekerheid. De zekerheid van een toekomstbestendige stad.

Liesbeth Jansen is directeur van Bureau Marineterrein Amsterdam*

* Bureau Marineterrein Amsterdam inititeert en begeleidt de huidige, tijdelijke ontwikkelingen in opdracht van het Rijk en de gemeente Amsterdam. Alles wat er nu op het publieke deel van het terrein gebeurt – de organisaties die er huizen, de activiteiten en projecten die er ontstaan – is tijdeljk maar ook richtinggevend voor de toekomst.