‘De écht spannende kant van het Marineterrein’

17 maart 2020

Vanochtend is bekend geworden dat wethouder Everhardt tot afspraken is gekomen met het Ministerie van Defensie over de toekomstige bebouwing van het Marineterrein. Liesbeth Jansen, directeur van Bureau Marineterrein Amsterdam, in een reactie die eerder op LinkedIn verscheen: 

Toen Defensie in 2018 zei dat het zich ging herbezinnen op het verlaten van het Marineterrein in Amsterdam, wist ik genoeg: de wereld was sinds 2013 ook voor hen sterk veranderd. Hoe dan? Verstedelijking, klimaatverandering, nieuwe technologie en onderwijs worden immers steeds bepalender voor de veiligheid en leefbaarheid in ons land. Om typische vraagstukken als stadshitte, vroegtijdige schoolverlaters en te veel verkeer in nauwe straten aan te kunnen, moéten we leren samenwerken vanaf het punt dat het eigenlijk té spannend wordt: aan de (rafel)randen van deze organisaties. Daar moet ruimte voor zijn: in de werkagenda, in de hoofden van werknemers, maar ook op fysieke locaties in ons land.

Het nieuws van vandaag dat Defensie en Amsterdam ‘eruit zijn’ qua toekomst van Marineterrein Amsterdam, is allereerst een zegen voor de bestuurders, maar uiteindelijk vooral ook een zegen voor stad en land. Niet omdat er hier op het terrein ruimte vrijkomt voor woningen, maar juist omdat we dan de volgende fase in kunnen. Het Marineterrein als plek in ons land waar teams van bedrijven en burgers verdicht en verplicht (sic) bij elkaar zitten om elkaar te prikkelen met gedachten, om van elkaar te leren, om elkaars krachten te verkennen en tot het inzicht te komen dat we samen veel sterker zijn dan alleen. 

Leren samenwerken doe je door ergens aan samen te werken. In zijn brief aan de Amsterdamse raad spreekt de wethouder over ‘wensen en ambities van [..] Amsterdam en Defensie’ die ‘verenigbaar’ zijn en elkaar ‘mogelijk versterken’. Concreet zie ik voor me dat het terrein zijn maatschappelijke meerwaarde bij uitstek gaat bewijzen via de maatschappelijke experimenten die we hier doen, in de stapsgewijze ontwikkeling van het gebied, in de gebouwen, maar ook in de fysieke buitenruimte. Daarbij denk ik dan aan het autovrij maken van een heel stadskwartier, daken die hemelwater slim opvangen, de realisatie van het klaslokaal van de toekomst, zelfvarende boten die ’s nachts afval afvoeren over water, drones die kades inspecteren en de modernste stadslandbouw ter wereld.

Daarmee fungeert het terrein als testgebied voor bedrijven en organisaties om te leren hoe samen te werken aan grootstedelijke vraagstukken, maar vooral ook hoe de succesvolle resultaten op grote schaal toe te passen elders in de stad of het land: Marineterrein Amsterdam als plek waar alle onderwijsvernieuwers bij elkaar zitten en we grote groepen docenten uit het hele land naartoe halen om hun eigen lessen te vernieuwen. Marineterrein Amsterdam als living lab, midden in een echte stad, waar organisaties uit het hele land hun oplossingen voor dagelijkse stadse problemen op het gebied van verkeer, water en wonen – onze woonomgeving dus – stap voor stap testen, verbeteren en toepassen. Om met de woorden van wethouder Everhardt te spreken: ‘Een innovatief toonaangevend nieuw stuk stad met een mix van leren, wonen, werken, sport en recreatie.’

Liesbeth Jansen, directeur Bureau Marineterrein Amsterdam.